Door Martin Lacet
De Gelderlander 2 mei 2003

“Ja, wij zijn van klei gemaakt” luidt de titel van de tentoonstelling van Lies Kortenhorst met recente schilderijen, tekeningen en keramisch werk in Galerie Agnes Raben te Vorden. Een intrigerende titel, ontleend aan een van haar schilderijen, die klinkt als een statement, als een antwoord op en denkbeeldige vraag. In ieder geval zegt het iets over haar manier van werken en kijk op het leven. Wij zijn van stof gemaakt, we zijn materie, zegt ze. Schilderen, tekenen en natuurlijk ook kleien is werken met materie. En de verbeelding, die je erin wilt leggen kan nooit helemaal boven de materie uitstijgen. Het blijft verf op doek, of klei zo is haar credo. Een waarheid als een koe? Cezanne zei het al: de enige werkelijkheid in de schilderkunst is de verf op het doek. En daarmee heeft hij alles gezegd over de relatie tussen beeld en werkelijkheid. Kunst is illusie en heeft haar eigen realiteit.

In 1989 studeerde Kortenhorst af aan de AKI te Enschede. Zij haalt de onderwerpen vooral uit de omgeving van haar jeugd en verwerkt daarnaast haar reisimpressies in landschappelijke interpretaties. Op haar expositie bij Agnes Raben voeren echter mensengezichten en dierenkoppen de boventoon. Haar stijl balanceert tussen abstractie en figuratie. Zij werkt met acryl, inkt en krijt en schuwt zelfs de ballpoint niet. Overal kijken de gezichten je vanaf de wanden aan. Soms groepsgewijs zoals in "Caput mortuum", waar vier koppen door een lijn met elkaar zijn verbonden, terwijl in "Zusammen" drie vervagende gezichten lijken samen te smelten. Van een ander gezicht, monumentaal in knalrood, zijn mond neus en ogen uiterst summier aangeduid, waardoor kleur en materie toch weer overheersen. Verbondenheid met en tussen dieren loopt als een rode draad door haar oeuvre. In onder meer paarden, geiten en honden probeert Kortenhorst menselijke condities te verbeelden. Enkele jaren geleden is er klei als materiaal bijgekomen, waardoor er en wisselwerking tot stand kwam tussen keramiek en schilderen. Een mooi voorbeeld hiervan is het schilderij "Ja, wij zijn van klei gemaakt", waarnaar de tentoonstelling is vernoemd. Hier boetseert zij als het ware, laag over laag. Een vlinder wordt weg geschilderd, een gezicht verschijnt. De vlinder doemt elders als woord weer op, om uiteindelijk in keramiek haar fysieke beslag te krijgen. De keramische wandobjecten zijn wederom gezichten en dierenkoppen. Ze ogen als gestileerde maskers, gedecoreerd met beschilderingen, inkervingen en glazuur. Vaak zijn het alleen neuzen en snuiten. Zo blijft Kortenhorst aan het onderzoeken.

pers--ja-wij-zijn-van-klei-gemaakt